Boerderij-educatie

Weet jij hoeveel kilo gras een koe eet? En hoeveel liter melk zij daarvan kan maken?

Om een antwoord te krijgen op deze of andere vragen kunnen schoolklassen uit de Gooi- en Vechtstreek een bezoek brengen aan De Groene Griffioen. In een twee uur durend programma krijgen de leerlingen een rondleiding en diverse opdrachtjes, waarbij ze met hun eigen ogen kunnen zien waar hun voedsel vandaan komt en wat er allemaal komt kijken bij de verzorging van de dieren.

Kaasworkshop

Zelf kaas maken van verse melk? Dat kan! Voor de groepen 3 t/m 8 van basisscholen uit de Gooi- en Vechtstreek bieden wij kaasworkshops aan. De leerlingen krijgen eerst een rondleiding over de boerderij, zodat ze kunnen zien waar de koeien staan, wat ze eten en waar ze gemolken worden. Met de verse melk (wél gepasteuriseerd) gaan we vervolgens aan de slag in de zaal van het strobalenhuis.

In twee uur tijd maken we twee soorten kaas: een zacht kruidenkaasje (soort mozzarella) en een hard kaasje, dat je in een pekelbadje mee naar school krijgt en na tien dagen rijpen met je klas kunt proeven. Het zachte kruidenkaasje proeven we direct als het klaar is. Hoe denk jij dat het zal smaken?

Interesse? Meld je dan nu aan voor een boerderijbezoek via de NME-wijzer Gooi & Vechtstreek.

“Koeien zijn cool”
Uit: Nieuwe Oogst, 13 april 2019

Geschreven door Hanna Hilhorst

“Oh my God, dat kalf wil me likken”, roept Jenairo uit groep 5. “Hij heeft echt een vieze tong, juf.” Zijn klasgenootje Princess springt van opwinding op en neer – haar haren vol kleurige kralen springen mee. “Help, een kip”, gilt de kleine Shania en vlucht terug naar de bus. Juf schudt haar hoofd. “Shania, kom terug. Kippen doen niks.”
Groepen 3 en 5 van basisschool Het Atelier zijn op onze boerderij voor een rondleiding en opdrachtjes rondom het thema ‘waar komt ons voedsel vandaan?’ Collega Wendela is educatie-boerin en vertelt over het verzorgen en melken van de koeien. Ik loop voor het eerst mee en probeer de kunst af te kijken voor de volgende schoolklas – gemiddeld komen er tien per jaar.
“Zoals jullie zien lopen onze koeien nu buiten”, begint Wendela. “Maar in de stal achter ons staan de kalfjes en dieren ouder dan een jaar: de pinken. Tussen hen staat ook een stier, Brinko. Jullie mogen zo de stal inlopen en kijken of je hem kunt vinden.” Dertig paar kinderbeentjes sprinten weg. Er klinkt gejoel, gegil. “Hier is de stier”, wijst Jenairo. “Hij heeft horens.” De andere kinderen knikken. “Kijk eens goed”, zeg ik. “Alle pinken hebben horens. Zoek maar verder.” Na veel aanwijzingen en “Oh my God, deze heeft ballen” wordt Brinko uiteindelijk gevonden.
“Waarom denken jullie dat we een stier hebben?” vraagt Wendela de leerlingen.
“Om mee te vechten”, denkt de een.
“Om kalfjes te kunnen maken”, weet de ander.
“Hoe doet een stier dat dan?” vraagt Shania. Wendela legt het rustig uit, maar zodra het woord ‘piemel’ valt komt ze haast niet over het gegiechel heen.
Dan is het tijd voor de opdrachten. In groepjes lopen de kinderen over het erf en beantwoorden vragen over kuilgras, de melktank en -put. “We maken een groepsfoto bij de kalfjes en gaan dan weer in de bus”, roept juf na een uur. Precies op dat moment valt Princess languit in de poep. “Oh my God”, klinkt het opnieuw van alle kanten en ook de buschauffeur kijkt bedenkelijk. Zelf blijft Princess koel: “Van mijn moeder mocht ik vandaag vies worden.”
De bus vertrekt. “Koeien zijn cool”, zwaait Jenairo.
“En kippen ook”, besluit Shania.