In de media

Door onze lokatie tussen Hilversum en Amsterdam en onze bijzondere manier van agrarisch ondernemen, worden wij regelmatig gevraagd voor interviews, artikelen in magazines en radio- en tv-optredens. Een aantal van deze filmpjes en artikelen zijn hieronder terug te vinden. Ook schrijft Hanna wekelijks een column in de Nieuwe Oogst (krant van LTO-Nederland) en het Weespernieuws. Deze verhaaltjes zijn ook terug te vinden op deze pagina.

Week 20

Maaien

Al weken turen boeren Boy en Jurre afwisselend van de hemel naar de Buienradar. Alsof ze hopen toch ineens een donkere wolk te zien, een voorjaarsbuitje. Een piek in de grafiek, een grijze lucht.
Maar nee. Het voorjaar is alarmerend droog. “Het is niet voor te stellen na deze natte winter, maar de bodem snakt naar water”, stelt Jurre. “Het gras groeit minimaal.” En toch hebben de boeren deze week gemaaid. De zogenaamde eerste snede: het eerste gras van het nieuwe weideseizoen. “We moesten wel, want je zag dat het gras op sommige plekken al aan het doorschieten was. Maar hoe langer ik aan het maaien was, hoe meer teleurstelling ik voelde: de kwantiteit valt echt tegen.” En de kwaliteit van het gras dan? “Het eerste voorjaarsgras is altijd heel suikerrijk en zoet, dus de koeien gaan het sowieso waarderen. Wel zag ik een paarse gloed over de wei, ontstaan door de koude nachten en wind. Laat ik het zo zeggen: het gras heeft stress gehad.” Kan het nog goedkomen, dit seizoen? Jurre kijkt weer op zijn Buienradar en zucht: “Voorlopig nog niet.”

Week 19

Een verdachte kuch (door Hanna)

En toen begon ik ineens te hoesten. Hoewel, ineens: dochter Roos blafte al een paar dagen en ook Jurres stem klonk schor. Ik weet het aan de koude wind die hier altijd over het erf raast en onze naïeve instelling om desondanks toch alleen een shirtje aan te doen. Dom. Want in deze tijd is geen enkele kuch onschuldig, zéker niet als je er ook hoofdpijn bij krijgt. Ik moest mijn verantwoordelijkheid nemen: de komende dagen zou ik niet in de winkel aan het werk gaan. Net nu het zo druk was, net nu ik collega Wendela zich drie slagen in de rondte zag werken om de Weesperbox te vullen en de voorraad in de winkel bij te houden. Dat voelde stom.
Ik besloot wat achterstallig computerwerk en de sociale media te doen. Met de kinderen op schoot, want tja: de oppas mocht ook niet meer komen. En de kinderen mogen niet hoestend naar school. Wat een tijd. Fijn dat iedereen met klachten aan de luchtwegen vanaf 1 juni direct getest kan worden; dat geeft zoveel meer duidelijkheid. Zoveel minder stress. Al draag ik mijn rottige hoestje sowieso liever aan niemand over; of ze nu corona heet of niet.

Week 18

Wát een kracht

“Als je weet hoe het zit, koop je lokale shit”, spreekt melkboer Marten door zijn megafoon. Met zijn oude Renault 4, waarmee hij normaal gesproken zijn zuivel vent op Amsterdamse pleinen, rijdt hij door de hoofdstad voor een oproep aan de consument: “Hier spreekt je moeder: koop lokaal.” Het filmpje van deze actie was komisch om te zien, al wist ik dat de aanleiding om hem te maken triest was: Moma heeft sinds het sluiten van de horeca nauwelijks afzet meer. De snel in het leven geroepen Amsterdamse boodschappenbox van Support Your Locals vulde dat gat dankzij 2400 bestellingen in de eerste week – inmiddels is dat teruggezakt naar 200. Daarom zijn we ook zo blij met het ontstaan van de Weesperbox. En met al die vrijwilligers die spontaan opstaan om een website te bouwen, pakketten in te pakken en de sociale media te beheren. Wát een kracht. En beter dan de Amsterdamse variant is dat mensen minstens vier boxen moeten bestellen: wellicht een grote uitgave in één keer, maar voor de ondernemers geeft het meer continuïteit, meer zekerheid. En brood, eitjes, groenten, kaas, bier, vlees en zuivel heb je wekelijks nodig, nietwaar? Hulde Didi, dat je het initiatief hebt genomen. Grote dank, ook namens de melkboer.

 

Week 17

Kalf zonder staart

Afgelopen week zijn er twee kalfjes geboren op onze boerderij. Beide stiertjes, roodbont. “Kom eens kijken mama”, riep zoon Olle, die bij de tweede bevalling aanwezig was. “Dit kalf heeft geen staart.”
Verbaasd bekeken we het dier. “Wat gek, er zit niet eens een knobbel”, voelde Jurre. “Welke functie heeft een staart, behalve vliegenmeppen”, vroeg ik hem. “Sommige diersoorten gebruiken hun staart voor hun balans (apen), communicatie (kwispelen) of als wapen (varaan), maar een rund verjaagt er inderdaad alleen insecten mee. Dit stiertje zal daar een andere methode voor moeten vinden. En dat zal nog best lastig zijn.”
“Misschien kan ik de hele dag met mijn vliegenmepper naast hem staan”, bood Olle aan. Dat was lief bedacht. “Maar jij mept altijd zo hard dat het kalfje vast bang van je wordt”, lachte ik. Zou insecticide een optie zijn? “Er bestaat een goede vliegenspray: Veerust”, zei Jurre. “Dat spuit je op de vacht en bij contact valt een vlieg dood neer.” Mooi, maar een tikkeltje agressief. Ik besloot te googelen en stuitte op een nieuw onderzoek uit Japan: “Koeien vermomd als zebra hebben de helft minder last van vliegen. Dat komt doordat insecten in de war raken van een strepenpatroon.” Geniaal. Wie heeft er een zebrapak?

 

Week 16

Lenteliters

Boeren Jurre en Boy lopen deze dagen fluitend richting de melkput. “Melken is zoveel leuker als de uiers goed vol zitten. De wintermaanden waren schraal: vaak stond ik twee uur te werken voor nauwelijks 400 liter. Per dag is dat nu 200 liter meer.” Hoe dat komt? Door het frisse lentegras. Dankzij de vele uren zon zit dat nu boordevol suikers, waardoor de koeien extra energie binnenkrijgen om melk te produceren. Deze melk is zoeter en nóg romiger als normaal, dus over een kleine maand kunt u de eerste graskaas verwachten.
Boer Jurre lacht. “En we hebben deze weken goede hulp bij het melken.” Hij knikt naar Melle, Feije, Olle en Joris: de opgroeiende jongens op het erf. Nu zij alle dagen thuis zijn kunnen ze goed hun energie kwijt op de boerderij. “Ik kan al koeien uit het weiland halen”, zegt Olle (6) trots. “En in de melkput weet ik op welke knopjes ik moet drukken.” Melle en Feije (10 en 9) kunnen ook al zelfstandig kalfjes voeren. En zoon Joris (4)? Die melkt ook graag met papa Jurre. “Want ik vind het leuk om met de waterspuit de melkput schoon te maken.” Zo handig. We kunnen al bijna met pensioen.

Week 15

Klotsende uiers

De dag dat de lente losbarst is een van de mooiste van het jaar. Het eerste kopje koffie in de tuin, de lammetjes naast het huis, naar buiten met zonder jas. Je voelt dat je wil fluiten, zingen, springen. De zintuigen in volle bloei. Zelfs in tijden van corona. Wél hadden we dit gevoel graag met heel veel mensen willen delen. Tijdens de koeiendans bijvoorbeeld: normaal een publieksevenement. Afgelopen zaterdag gingen de hekken van onze potstal open en renden de koeien het weiland tegemoet. Het veen trilde, de uiers klotsten. Poten zwaaiden door de lucht. We maakten foto’s en filmden – zelfs met een drone: mensen thuis, dans maar mee! En de mooiste dag werd nog mooier: een uur na de koeiendans arriveerden vier nieuwe varkentjes op ons erf. Voorzichtig zetten ze hun eerste stapjes in de wei. Het lange gras kietelde hun roze lijfjes, hun lange snuit – kenmerkend voor het Hollands landras – wroette in de grond. Fietsers stopten, kinderen joelden en verzonnen namen. Tóch publiek. We genoten. Van de warmte, de geluiden, geuren, het licht. De lente is begonnen.

Week 14

Extra open

 Onze boerderijwinkel is nog gewoon open. Nu ja, gewoon. In deze tijd is niets meer gewoon. Sinds vorige week mag er maar één klant of gezin tegelijk naar binnen en moet de rest buiten wachten. We lopen rond met alcoholdoekjes om het pinapparaat, de kassa en de deurklink af te nemen. Ook verbreedden we de toonbank met een extra tafel, zodat er genoeg ruimte tussen ons en de klant is.
Naast de trouwe vaste klanten komen er veel nieuwe mensen naar de boerderij. Ouders met kinderen die even een frisse neus willen halen, thuiswerkers die de bedrijfskantine missen en een groot stuk kaas voor de lunch komen halen en klanten van korenmolen De Vriendschap, die nu de molenwinkel gesloten is naar ons komen voor hun meel. De rij buiten werd steeds langer en onze dagvoorraad kon de enorme toeloop niet aan. Daarom hebben we nu besloten een extra middag de boerderijwinkel open te doen: woensdag van 13.00 – 17.00 uur. Klanten kunnen daardoor meer verspreid over de week bij ons terecht. En tussendoor doen de kippen, koeien én wij als boeren ons uiterste best om de voorraad op peil te houden. Welkom dus!

 

Week 13

We doen dit samen

Het grootste deel van onze melk gaat normaal gesproken naar de horeca in Weesp en Amsterdam. Naar koffietentjes, lunchrooms en pannenkoekenrestaurants. Nu deze vorige week allemaal gesloten werden vanwege het coronavirus, was lichte paniek voelbaar op ons erf. Vooral bij onze melkboeren Marten en Myrte. Als zij nergens meer zuivel konden afzetten kon het wel eens snel afgelopen zijn met hun jonge onderneming ‘Moma’.
Maar toen was daar Samuel Levie: chef, ondernemer en onder meer bekend van zijn columns in het Parool en zijn eigen worstenmakerij Brandt & Levie. Hij sprong in de bres voor lokale producenten van goed voedsel door onder de naam ‘Support Your Locals’ een boodschappenbox samen te stellen. Daarin brood, groenten, worst én onze melk. Marten en Myrte juichten en werkten vervolgens vier keer de klok rond om aan alle vraag te kunnen voldoen. Geweldig. Maar niet alleen zij hebben uw hulp nodig: denk ook aan andere Weesper ambachten, ondernemers en winkels. Steun ze door lokaal te kopen, hun berichten en oproepen te delen in je eigen netwerk of door gewoon een lief kaartje te sturen. We doen dit samen.

Week 12

In tijden van Corona

Het is nog voor openingstijd van onze winkel als de eerste klant voor de deur staat. “Hebben jullie nog eieren? Bij de supermarkt is alles uitverkocht.” Ik knik en begroet een echtpaar dat wat zoekend rondkijkt. “Hebben jullie hier aardappels? Er is nergens meer iets te vinden.”
Half lachend, half beduusd zie ik op het erf nog meer klanten arriveren. De hamstertaferelen van de televisie waren me bekend, maar zouden ze nu ook de boerderijwinkel komen leegkopen? Net nu mijn collega had afgebeld vanwege een verkoudheid. Help.
Zelf had ik nog niet zo’n haast gemaakt met het hamsteren. Ik vond het wat bizar. Bovendien ben je als boerin altijd verzekerd van verse melk, yoghurt, kaas en vlees. “En toiletpapier hebben we ook niet nodig”, had collega Wendela gekscherend gezegd. “Het gras is lang genoeg.”
In plaats van een praatje over het weer gaat het in de winkel nu de hele dag over Corona. Over de paniek, de gekte, de feiten. Ondertussen wordt de stapel eieren steeds kleiner, gaat het vlees als warme broodjes over de toonbank en draait de vacumeermachine van de kaas overuren. Wat een dag, wat een tijd. Bizar.

Week 12

Spirituele landbouw

De afgelopen weken hebben we een nieuwe website voor onze boerderij gemaakt, en sinds deze online is krijgen we leuke mailtjes van lezers van deze krant. Lezers die zich spontaan aanmelden om vrijwilligerswerk te doen, lezers met vragen. Zo ook ene Els. “Jullie koeien hebben hoorns, maar toch zijn jullie niet biodynamisch. Hoe kan dat?” Een goede vraag. Voor wie de term biodynamisch niet kent: dit is een vorm van biologische landbouw die extra hoge eisen stelt aan dierenwelzijn, gesloten kringlopen en biodiversiteit. Er gelden nog lagere mestnormen en er is veel aandacht voor kosmische en spirituele aspecten van de landbouw – zo worden groenten alleen in een bepaalde stand van de sterren gezaaid. Mij iets te zweverig, maar er zitten zeker mooie aspecten aan.
We komen een eind, maar onze boerderij is toch meer biologisch dan biodynamisch te noemen. Dat onze koeien hoorns hebben is dan ook een eigen keus, geen vereiste. We merken dat het niet nodig is ze eraf te halen zolang de koeien genoeg ruimte hebben. De hoorn is een levend orgaan, waar bloed doorheen stroomt en die ze nodig heeft bij het uitoefenen van haar natuurlijke (hiërarchische) gedrag. Lekker zo laten!

Week 10

Geografisch bloed

Het toeval wil dat er op ons erf twee sociaal geografen werken: Myrte en ik (Hanna). Myrte is een van de melkboeren van MOMA, die onze melk verwerkt en naar Amsterdam brengt. 80 procent van de 7000 liter die ze wekelijks afzetten gaat naar koffietentjes en pannenkoekenrestaurants. De overige 20 procent verkopen ze vanuit hun oude Renault 4; een idyllisch Frans autootje, waarmee ze op een aantal pleinen van de hoofdstad staan.
Net als ik is Myrte (nog) niets met haar studie gaan doen, maar het geografisch bloed kruipt waar het niet gaan kan. En dus showde ze me afgelopen week een kaartje dat ze zelf had gemaakt van Amsterdam en het veenweidegebied rondom. “Op deze kaart heb ik ingetekend waar onze melk en andere zuivelproducten naartoe gaan. Ook zie je alle boerderijen in een straal van 12 kilometer van Amsterdam: 206 in totaal. De 1,5 miljoen liter melk die zij wekelijks produceren is genoeg om heel Amsterdam van zuivel te voorzien. Toch vindt nog geen half procent van deze melk direct zijn weg naar de stad. Met deze kaart wil ik inzichtelijk maken dat lokale afzet mogelijk is en dat boer en burger zo dichterbij elkaar worden gebracht.” Zo gaaf. Komt zo’n studie toch nog van pas.

Week 9

Opnieuw protest

Wat al een tijd in de lucht hing werd woensdag werkelijkheid: boze boeren trokken opnieuw naar Den Haag voor een protestactie tegen de overheid. Waarom? Omdat het Landbouw Collectief – dertien organisaties die samen de boeren vertegenwoordigen -teleurgesteld is in de wijze waarop de overheid de stikstofuitstoot beoogt te reduceren. Drie maanden geleden presenteerde het Collectief zelf een plan, waarin aangegeven dat de sector maatregelen kan en wil nemen op het gebied van voer, weidegang en het uitrijden van mest. Dit zou al in 2020 een besparing opleveren van omgerekend 15 mol (= 200 gram) stikstof per hectare per jaar – ruim drie keer zoveel als wat de overheid kan behalen door 350 miljoen euro vrij te maken voor de uitkoop van boerenbedrijven.
Toch hebben we niet meegedaan aan het protest. Enerzijds heeft dit te maken met de opruiende taal en toon van actiegroep Farmers Defence Force (FDF), anderzijds omdat we liever eerst de externe analyse van de RIVM-modellen afwachtten. Deze werd donderdagmiddag gepresenteerd en verraste ons met de uitslag: in plaats van 46 procent draagt de landbouw ‘slechts’ 25 procent bij aan de stikstofdepositie. Wij zijn benieuwd hoe de overheid hier op reageert!

Week 8

Vers vlees

Het is nooit een leuk moment, maar één keer in de vier maanden brengen we een koe naar de slager. Bijvoorbeeld omdat ze niet drachtig wil worden, of omdat ze nauwelijks nog melk geeft. En dan is het hard maar simpel: dan kost ze meer dan dat ze opbrengt. Na een lange zoektocht hebben we gelukkig een goede slager gevonden: hij is Skal-gecertificeerd (=biologisch), weet de juiste kruiden – aan bijvoorbeeld de hamburgers en saucijzen – toe te voegen en verpakt het vlees vacuüm. Ideaal voor de verkoop vanuit onze boerderijwinkel. Het enige nadeel: de slager woont in Oene. Op de Veluwe, ten oosten van Epe. En dat is een uur rijden. Niet alleen voor ons, maar ook voor de koe. Enfin, vanwege de voorjaarsvakantie ging Hanna met haar zoontjes (6en4) het vlees ophalen. Met de bestelbus, want van één koe krijg je met gemak 20 kratten vlees. Sukade, biefstukken, soeppakketten. Alleen al voor het gehakt heb je een paar kratten nodig. Aangekomen in Oene bracht de slagersvrouw hen naar de koelcel, waar koe 4102 diepgevroren en in kleine porties klaarlag. “Volgens mij beweegt ze niet meer”, zei de oudste zoon aarzelend. “Lekker, hamburgers”, riep de jongste. Hanna bekeek de riblappen en entrecotes: mooi gemarmerd vlees. Ook de slagersvrouw knikte goedkeurend: “Zo zien we ze het liefst.”

Week 7

De geur van gier

De een vindt het heerlijk, de ander knijpt snel zijn neus dicht: de geur van gier. En bijna is het weer zover: vanaf 16 februari is het voor boeren toegestaan de mestkelder onder de stal leeg te pompen en de dunne koeienpoep op het land uit te rijden. Als voeding voor de bodem – onderdeel van de kringloop. Hoeveel kilo mest er in de wei terecht mag komen, hangt af van het type boerderij: gangbare boeren mogen (meestal) 250 kilo stikstof per hectare uitrijden, voor biologische boeren geldt een norm van 170 kilo stikstof. Ook is er een verschil tussen ondergronds en bovengronds bemesten. Om de uitstoot van ammoniak te beperken, moet de drijfmest ín de grond worden gespoten. Er zijn echter boeren die beweren dat dit niet goed is voor het bodemleven en dat de mest beter óp het land kan worden gestrooid. Er is daarom een ontheffing voor boerderijen (waaronder De Groene Griffioen) die aan een streng eisenpakket voldoen. Zo moet de mest geproduceerd zijn op het eigen bedrijf, mag deze niet binnen 2 meter van een sloot worden uitgereden en moeten de melkkoeien minimaal 150 dagen per jaar 6 uur in de wei staan. Best ingewikkeld, al die regels. Maar de geur van gier maakt – wat mij betreft – alles goed.

 

Week 6

Tochtige koeien

Beiden zwart-wit, maar in tegenstelling tot de panda is een koe elke drie weken vruchtbaar. Of, zoals een boer het noemt: tochtig. Een tochtige koe heeft een verhoogde lichaamstemperatuur, is onrustig, verliest slijm uit haar vulva en loeit veel. En hard. Door haar welwillende gedrag wordt ze ook besprongen door andere koeien. Voor ons een teken dat ze naar het hok van de stier mag.
Onze stier Brinko is nu ruim twee jaar en heeft al veel kalfjes op de boerderij rondlopen. Zijn zaad blijkt goed. Zijn zin ook: als hij een tochtig vrouwtje ziet brult hij hard en onlangs beukte hij met zijn kop dwars door een hek om bij haar te komen. Een autokrik was nodig om hem te bevrijden. Maar tegen te houden was hij niet: in plaats van erdóór sprong hij een week later óver het hek. Niet geheel ongevaarlijk.

Voor mensen is Brinko nu nog wel lief. Zodra een stier drie jaar is, wordt het testosterongehalte hoger en wordt hij agressief. En omdat we willen voorkomen dat hij zijn eigen dochters na 1,5 jaar bevrucht, zal Brinko dan de boerderij verlaten. Maar nu geniet hij nog volop. Boer Jurre: “Hij heeft vanochtend vijf koeien gedekt, de bofferd.” Het klonk bijna jaloers.

Week 5

“Zijn dit échte dieren?”

De groepen 5 t/m 8 van een Islamitische basisschool uit Almere komen deze weken omstebeurt kaas maken op onze boerderij. Net als elke andere schoolklas knijpen de leerlingen direct hun neus dicht als ze op het erf arriveren. “Wat stinkt het hier!” En: “Help, mijn schoenen worden vies.” Dat duurt ongeveer 5 minuten. Daarna volgen de “Aaah’s” en “Oh my God’s.” Ook nu weer. “Zijn dit échte dieren?” vraagt een jongetje uit groep 5. “Kunnen deze koeien écht melk geven? En leggen de kippen échte eieren?” Ik knik. “Cool he.” De kinderen aaien en voeren en vergeten bijna dat ze voor iets anders komen. “Kom, we gaan handen wassen en kaas maken”, roep ik en neem ze mee naar onze Acapellazaal, waar de pannen en kaaspers al klaarstaan.
In groepjes verwarmen de leerlingen de melk tot 29 graden, waarna ze al roerend zuursel en stremsel toevoegen. Na een half uur wachten – tijd voor een pakje drinken en een boterham -, snijden ze de dik geworden melk (wrongel) in stukjes. We verwarmen de pan opnieuw, scheppen de wrongel in kaasvormpjes en persen het laatste vocht eruit. En dan: 23 kindermondjes die gulzig van de kaasjes proeven. Goedkeurend gesmak, trotse koppies. Om van te genieten!

Week 4

Rokende poep

“Mama, kom snel”, roept onze zoon Olle (6) bij de voordeur. “De berg staat in brand.”
“De berg? Welke berg?”
“De berg met poep, achter de stal. Hij rookt!”
Ik schiet in de lach. “Lieve schat, dat hoort. Papa en Boy hebben het bed van de koeien verschoond en alle mest op een hoop gegooid. Die ligt nu te composteren.”
Olle kijkt me niet-begrijpend aan. “Zit er dan vuur onder?”
“Nee, ik zal het je uitleggen. Onze koeien liggen in de stal op houtsnippers. Daar poepen en plassen ze op en om te voorkomen dat de koeien in hun eigen drek liggen, legt papa er elke dag een schone laag houtsnippers bovenop. Laag houtsnippers, laag poep. Laag houtsnippers, en zo door.”
“Een soort taart”, lacht Olle.
“Precies. En als de taart te hoog wordt maken we de stal leeg. Buiten schuift de shovel alle houtsnippers en poep op een hoop. Daarin zitten hele kleine beestjes; bacteriën. Bacteriën eten graag poep. Daar worden ze lekker warm van, waardoor de hoop gaat roken. Door de warmte komen er ook steeds meer bacteriën bij. Samen zorgen ze ervoor dat de houtsnippers veranderen in compost, een soort voedsel voor het gras. Dus als je dat over een tijdje met papa op het weiland gooit, kan het gras weer groeien. Mooi he.”
“Ja, goed bedacht”, zegt Olle. “Wel jammer dat de brandweer nu niet komt.”

Week 3

Een tikkeltje onvoorspelbaar

Op ons erf hebben we twee honden: Dinky en Senna. Senna hoort bij ons gezin en is een kruising tussen een Mechelse herder en een Golden Retriever. Zwart als roet, rank en enthousiast. Vrolijk kwispelend begroet ze iedereen die het erf betreedt, tenzij na zes uur ’s avonds; dan wordt ze waaks. Ideaal.

Senna vangt ratten, eet de nageboortes van de koeien op (voedzaam!) en helpt in de zomer mee de koeien uit het weiland te halen. Ze rent rondjes, blaft en bij de runderen die onverstoord blijven liggen springt ze op de rug. Gedrag dat we nog niet eerder bij haar zagen en dat ze soms moet bekopen met dreigende hoorns van de koeien. “Niet te serieus, Sen.”

Het enige moment dat we Senna binnenhouden is wanneer er een schoolklas arriveert voor een rondleiding of kaasworkshop. Dertig gillende mondjes en grijpende handjes maken haar zo nerveus dat ze al een paar keer een knauw gaf. En hoewel ik Sen wel snapte en ook aan de kinderen uitlegde dat honden geen knuffelberen zijn waar je alles mee kunt doen, wil ik dit soort situaties toch voorkomen. Want kinderen blijven kinderen, honden blijven honden: allebei een tikkeltje onvoorspelbaar.

Week 2

Stinkkaas

In de maanden december en januari maakt boer Boy geen nieuwe kaas. Niet omdat hij geen zin heeft, of zijn tijd liever onder de kerstboom doorbrengt. Boy: “De afgelopen jaren mislukten de meeste kazen in de wintermaanden. En ik denk dat ik weet waarom: onze koeien liggen in de stal op houtsnippers. Deze zijn goed voor de absorptie van urine en mest en de binding van stikstof aan koolstof. Zo komen er minder schadelijke en stinkende stoffen vrij. Maar doordat de houtsnippers momenteel koud en vochtig zijn, duikt de boterzuurbacterie op. In de melk die bedoeld is om te drinken is dat niet erg – boterzuur is zelfs gezond voor de menselijke darm. Maar de kazen die we met boterzuurmelk bereiden worden ranzig. Ze gaan stinken en krijgen grote gaten.”

Nu kan de groei van de boterzuurbacterie worden geremd door aan de melk salpeter toe te voegen, maar op een biologische boerderij is deze hulpstof verboden. Net zoals we ook geen kleurstof mogen toevoegen, waardoor onze kazen altijd een beetje bleek blijven. Dat terzijde: boer Boy heeft even zijn handen vrij voor andere klussen. En gelukkig liggen er nog zo’n 170 kazen te rijpen in onze kaaskelder. Voorraad genoeg!

Week 1

Ganzenschade

Wie rond deze tijd van het jaar door de polder loopt of fietst kent vást het beeld en geluid van duizenden ganzen die zijn neergestreken in een weiland. Een Hollands plaatje, maar door de boeren ongewenst. Ganzen zijn net als koeien echte graseters en vreten met gemak en in rap tempo een heel land kaal. In de winter al frustrerend, maar in de lente écht een enorme schadepost: het frisse voorjaarsgras is immers voor de koeien bedoeld. En voor hen laten de ganzen maar weinig over.

Om deze schade te verhalen kunnen agrariërs terecht bij het Faunafonds. Dit fonds ziet de schadeclaims de laatste jaren snel toenemen: in 2012 keerde het 9,2 miljoen euro uit, in 2016 18,8 miljoen, in 2018 22 miljoen. Deze explosieve groei is het gevolg van een jaagverbod op de grauwe gans in de eerste tien jaar van deze eeuw. Inmiddels is afschieten toegestaan als de ganzen aantoonbaar ellende veroorzaken. In de polders rondom Weesp controleert een jager de weilanden en verjaagt hij de ganzen. Maar om nu te zeggen dat dit dé lange termijnoplossing is…