Wij doen ons best om zoveel mogelijk lokaal af te zetten en om alles wat wij produceren rechtstreeks vanaf het erf te verkopen. Bij een korte keten zit er maximaal één partij tussen producent en consument. Als wij melk leveren aan FrieslandCampina, wordt het in de melkfabriek verwerkt met een heleboel andere Nederlandse biologische melk. We weten niet hoe en waar het uiteindelijk terecht komt. Als biologische kaas in de Nederlandse supermarkten of misschien wel in China als biologisch melkpoeder. Wij verwerken samen met Moma de meeste melk op het erf tot kaas, gepasteuriseerde melk, yoghurt en hangop. Sinds vorig jaar verbouwen drie tuinders groente naast onze boerderij wat mensen zelf oogsten en direct kunnen eten. Geen verpakkingsmateriaal en transportkilometers, alleen een fysieke workout voor de plukkers die (bijna) allemaal met de fiets komen! Klinkt allemaal ideaal en simpel. Helaas is het ook onzeker. Als de groenteoogst mislukt, zijn de plukkers niet blij. Wie gaat dat betalen, wie loopt er risico? Als er opeens minder vraag naar melk is bij koffietentjes of ijssalons (door een lockdown bijvoorbeeld), blijven wij met de melk zitten. Melk kun je niet lang bewaren en alles zelf opdrinken of verwerken tot kaas lukt niet op onze boerderij. Via de fabriek wordt het altijd verwerkt. Een deel van onze melk gaat daarom nog naar de lange keten. Toch is uiteindelijk zelf een stap zetten (koop lokaal) dé manier om mee te helpen aan een korte voedselketen. Steeds meer mensen doen dat en hoe meer mensen dat doen, of de krachten bundelen om een collectief op te richten, hoe meer effect het heeft. Vers aan de Vecht heeft deze maand weer een podcast gemaakt over verschillende soorten initiatieven die bezig zijn met de korte voedselketen. Naast de groentepluktuin komen nog twee andere initiatieven aan bod: Burgerboerderij de Patrijs en Puur Betuws gefaciliteerd door het online platform Food Value. Zo wordt het steeds gebruikelijker om lokaal te kopen.